Waarom medewerkers vertrekken: het management probleem

De statistieken zijn eensgezind en veelzeggend. 75% van de medewerkers vertrekt door een slechte relatie met hun leidinggevende. Werknemers verlaten dus niet hun baan, niet hun organisatie, maar hun leidinggevende. Wat doe je hieraan?

Aan verloop is een adres gekoppeld dat leidinggevende heet

Verloop wordt in veel organisaties behandeld als een HR-probleem. Er komt een vacature vrij, recruitment gaat aan de slag. En een paar maanden later zit er iemand anders op de stoel. De afdeling draait weer. Tot de volgende keer.

Wat zelden wordt onderzocht, is waarom die stoel leeg raakte. Exitgesprekken helpen, maar alleen als de vragen goed zijn en de antwoorden eerlijk. En dat is zelden het geval. Een vertrekkende medewerker die kritiek heeft op zijn leidinggevende, zegt dat niet hardop als die leidinggevende nog als referent kan optreden.

Wat we wel weten: de belangrijkste oorzaken van vrijwillig verloop kennen vrijwel altijd een menselijke component. Niet het werk zelf, niet het salaris alleen, maar de directe werkomgeving. En die werkomgeving wordt voor een groot deel bepaald door de leidinggevende. De manier waarop die communiceert, beslissingen neemt, feedback geeft of juist niet geeft, ruimte biedt of juist controleert. Dat bepaalt dagelijks hoe het voelt om in die organisatie te werken.

De financiële kosten van verloop zijn al vaak beschreven. Volgens de Society for Human Resource Management liggen de gemiddelde wervingskosten per nieuwe medewerker rond de €4.300. Maar dat is alleen de werving. Tel daar de onboarding bij op, de productiviteitsdip tijdens het inwerken, het verlies aan institutionele kennis, de impact op het team dat achterblijft. De werkelijke kosten liggen structureel hoger. Het gemiddelde ligt op een jaarsalaris, maar kan oplopen tot drie of vier keer het jaarsalaris van de vertrokken medewerker.

Wat HR-professionals en directeuren te weinig beseffen: als het verloop niet willekeurig verspreid is over de organisatie, maar geconcentreerd rond bepaalde leidinggevenden of afdelingen, is dat geen toeval. Het is een signaal. En dat signaal vraagt om een andere reactie dan een nieuwe wervingscampagne.

Wat exitdata niet vertellen, maar de patronen wel

De meeste organisaties hebben wel enig zicht op hun verlooppercentage. Minder organisaties weten waar dat verloop precies vandaan komt. En nog minder weten waarom.

Het is een blinde vlek die logisch te verklaren is. Exitgesprekken zijn vaak een formaliteit. De formulieren worden ingevuld, de data worden ergens opgeslagen, maar de analyse blijft uit. Of de analyse wordt gedaan, maar de uitkomsten zijn te vaag om actie op te nemen: "betere doorgroeimogelijkheden", "andere uitdagingen", "persoonlijke redenen."

Toch zit er in die vage antwoorden een patroon als je goed kijkt. Medewerkers die vertrekken uit dezelfde afdeling binnen hetzelfde jaar. Functies die steeds opnieuw ingevuld moeten worden terwijl vergelijkbare functies elders in de organisatie stabiel zijn. Teams met een hoog ziekteverzuim dat voorafgaat aan een verloopgolf. Dit zijn geen toevalligheden.

Wat de datapunten laten zien, is dat verloop zelden abrupt is. Een medewerker die op een dinsdag zijn ontslag indient, heeft dat besluit maanden eerder genomen. Wat er daarna nog gebeurde, waren stapjes richting de uitgang: minder initiatief tonen, minder ideeën inbrengen, minder aanwezig zijn in overleggen, meer ziektedagen. Leidinggevenden die goed kijken, zien die signalen. Leidinggevenden die alleen op output sturen, zien ze niet.

Gallup's onderzoek naar medewerkerbetrokkenheid toont keer op keer aan dat de directe leidinggevende de sterkste voorspeller is van betrokkenheid op het werk, sterker dan salaris, dan de inhoud van het werk, dan de organisatie als geheel. Dat heeft directe gevolgen voor verloop. Een medewerker die zijn leidinggevende waardeert en vertrouwt, tolereert meer ongemak dan iemand die die relatie mist. Een slechte relatie met de leidinggevende versnelt vrijwel elk ander vertrekargument.

Wat dat in de praktijk betekent: als je verloopdata niet uitsplitst naar team of afdeling, weet je niet wat je eigenlijk meet. Een gemiddeld verlooppercentage voor de gehele organisatie maskeert de problemen op de plekken waar ze werkelijk zitten.

De vijf managementgedragingen die verloop veroorzaken

Slecht management is geen monolithisch begrip. Het gaat niet om de manager die een keer een slechte dag heeft of een moeilijk gesprek verkeerd aanpakt. Het gaat om gedragspatronen die structureel ondermijnen wat medewerkers nodig hebben om betrokken te blijven.

Op basis van medewerkersonderzoek, exitdata en Gallup's Q12-framework zijn er vijf gedragingen die keer op keer terugkomen als directe voorlopers van vertrek:

  • Geen duidelijke verwachtingen stellen. Medewerkers die niet weten wat er van hen verwacht wordt, kunnen niet succesvol zijn. Ze gissen, maken fouten, worden gecorrigeerd op iets wat nooit helder was. Dat vreet energie en vertrouwen.
  • Gebrek aan erkenning. Niet elke medewerker wil lof. Maar elke medewerker wil weten dat zijn werk gezien wordt. Een leidinggevende die alleen reageert als het misgaat, kweekt defensiviteit en afstand.
  • Geen ruimte voor ontwikkeling. Medewerkers die het gevoel hebben dat ze stilstaan, vertrekken zodra ze een stap kunnen zetten. Dit gaat niet alleen om promoties. Het gaat om leren, om verantwoordelijkheid krijgen, om gezien worden als iemand met potentieel.
  • Micromanagement. Controle die niet past bij de competentie van de medewerker ondermijnt vertrouwen in beide richtingen. De medewerker voelt dat hij niet vertrouwd wordt. De leidinggevende signaleert onbewust dat hij de situatie niet in de hand heeft.
  • Slechte communicatie bij verandering. Reorganisaties, functieveranderingen, nieuwe procedures. Als medewerkers dit horen via de wandelgangen in plaats van van hun leidinggevende, is dat een signaal over de relatie. Hoe die relatie is, bepaalt of medewerkers blijven of vertrekken op het moment dat het oncomfortabel wordt.

Het gaat er niet om dat elke leidinggevende alle vijf gedragingen vertoont. Eén chronisch patroon is al genoeg om de vertrouwensrelatie te ondermijnen. En als die relatie breekt, herstel je hem zelden zonder bewuste interventie.

Waarom managementtraining dit probleem niet oplost

De gebruikelijke reactie op signalen over management is een training. Een dag leiderschapsontwikkeling, een workshop over feedbackgeven, een online module over situationeel leiderschap. Het is niet dat dit nooit helpt. Maar de resultaten zijn zelden wat organisaties hopen.

De reden is fundamenteel: gedrag verandert niet door inzicht alleen. Een leidinggevende die na een training weet dat hij meer complimenten moet geven, weet dat. Maar terug op de werkvloer, in de druk van de dag, valt hij terug in zijn oude gewoontes. Dat is niet onwil. Dat is hoe gedragsverandering werkt, of liever gezegd: niet werkt.

Effectieve leiderschapsontwikkeling is niet een eenmalig event maar een doorlopend proces dat verankerd is in de dagelijkse (werk)praktijk. Het vraagt om feedback die concreet en tijdig is, niet één keer per jaar in een functioneringsgesprek. Het vraagt om meetpunten die laten zien of het gedrag daadwerkelijk verandert. En het vraagt om een omgeving waarin leidinggevenden veilig kunnen leren, ook als dat betekent dat ze erkennen wat er niet goed gaat.

Wat bij JobAligner terugkomt in de gesprekken met haar opdrachtgevers: organisaties investeren aanzienlijk in recruitment en onboarding, maar structureel weinig in het verbeteren van de kwaliteit van dagelijks leiderschap. Terwijl juist dat de variabele is die het grootste verschil maakt in of medewerkers blijven of vertrekken.

Wat je kunt meten voordat iemand vertrekt

Verloop is reactief meten. De medewerker is al weg. De kosten zijn al gemaakt. De onrust in het team is er al. Wat organisaties nodig hebben, is inzicht voordat het zover is.

Dat vraagt om een andere soort meting dan de traditionele jaarlijkse medewerkerstevredenheidsonderzoek. Niet omdat dat onderzoek geen waarde heeft, maar omdat de frequentie te laag is en de vertraging te groot. Een medewerker die in januari aangeeft dat hij tevreden is, kan in juni al hebben besloten te vertrekken. Als je dat in december pas meet, heb je twaalf maanden aan informatie gemist.

Wat wél werkt, is regelmatige, kortcyclische meting van een beperkt aantal signalen. Niet een vragenlijst van vijftig vragen, maar gerichte peilingen die laten zien hoe het ervoor staat op de dimensies die het sterkst voorspellen of iemand actief op zoek gaat naar iets anders. Betrokkenheid bij het werk. Vertrouwen in de leidinggevende. Gevoel van waardering. Perspectief op ontwikkeling.

Als je die signalen op team- en medewerkersniveau kunt bekijken, zie je patronen die op organisatieniveau onzichtbaar zijn. Een team dat over de hele linie laag scoort op vertrouwen in de leidinggevende is een team waar verloop aankomt. Niet misschien. Statistisch gezien: waarschijnlijk.

De Werkgeluk App van JobAligner is gebouwd op precies dit principe. Niet één keer per jaar meten hoe het gaat, maar continu inzicht houden in de signalen die verloop voorspellen. Zodat leidinggevenden en HR tijdig kunnen handelen in plaats van achteraf repareren.

Van meten naar handelen: wat HR nu kan doen

Inzicht is nutteloos zonder actie. En actie is ondoeltreffend zonder prioritering. Als je verloopdata uitsplitst naar afdeling, team en medewerkers, zie je dat het verloop geconcentreerd is bij twee of drie managers, dan is de vraag niet of je iets moet doen. De vraag is ‘wat’ je gaat doen?.

Een paar concrete stappen die het verschil maken:

  1. Breng verloop in kaart per leidinggevende, niet per afdeling. Afdelingen zijn te groot. De relatie tussen medewerker en leidinggevende is wat telt. Splitseer je data dienovereenkomstig.
  2. Koppel exitdata aan teamdata. Wie vertrok? Uit welk team? Wat waren de scores van dat team in de maanden voor het vertrek? Je zult patronen zien die je zonder die koppeling mist.
  3. Maak leidinggevenden eigenaar van hun eigen cijfers. Niet als stok om mee te slaan, maar als spiegel. Een leidinggevende die ziet dat zijn team consistent lager scoort op vertrouwen dan vergelijkbare teams, heeft informatie om mee te werken. Zonder die informatie is er geen reden om te veranderen.
  4. Investeer in begeleiding, niet alleen training. Een leidinggevende die concrete feedback krijgt op zijn gedrag, gevolgd door een gesprek over wat hij anders kan doen, leert meer dan een leidinggevende die een workshop bijwoont en daarna niets hoort.
  5. Meet of het werkt. Elke interventie heeft een hypothese: als we dit doen, verandert dat. Stel van tevoren vast wat je wilt zien veranderen, en meet of het ook daadwerkelijk verandert. Zo bouw je een evidence base op die je volgende beslissingen beter maakt.

Geen van deze stappen is revolutionair. Samen zijn ze zeldzamer dan je denkt. De meeste organisaties meten te weinig, te laat, en zonder de juiste uitsplitsing. Ze investeren in recruitment terwijl ze tegelijkertijd de oorzaak van het verloop laten bestaan. Dat is geen slechte wil. Het is het gebrek aan de juiste informatie op het juiste moment.

Verloop is geen HR-probleem. Het is een managementvraagstuk

Zolang organisaties verloop behandelen als een wervingsprobleem, blijven ze repareren wat al kapot is. Elke nieuwe medewerker die instroomt in een team met een leidinggevende die de vijf gedragingen vertoont die verloop veroorzaken, loopt hetzelfde risico als zijn voorganger. De stoel raakt weer leeg. Het proces begint opnieuw.

De organisaties die verloop structureel terugdringen, doen één ding anders: ze kijken naar de oorzaak, niet naar de symptomen. Ze meten op het niveau waar het probleem zit. Ze maken leidinggevenden verantwoordelijk voor de kwaliteit van de werkrelatie met individuele medewerkers en dus niet alleen voor de output van hun team. En ze handelen voordat de opzegging op het bureau ligt.

De vraag is niet of jouw organisatie managers heeft die verloop veroorzaken. De kans is groot van wel. De vraag is of je het weet en wat je eraan gaat doen!

Benieuwd wat dit betekent voor jouw organisatie? Vraag een demo aan.